English version

Steun Extra City

– Eenmalige gift
– Lidmaatschap

Nieuwsbrief september 2008

– Gezamenlijke openingen in de Tulpstraat op 12 September
– NICC en Error One
– Letter to Leopold: bijdrage Brussel Biënnale

Nieuwsbrief juli 2008

Locatie

Tulpstraat 79
BE-2060 Antwerpen

[ zie map – pdf ]

Over Error #9

Rond een centraal geplaatst platform verzamelt Shadow Cabinet (Three Rendezvous) video's, kunstwerken en documenten van kunstenaars. Dit voorstel is een groepstentoonstelling geworden, die geactiveerd wordt door drie publieke ontmoetingsmomenten en vindt plaats van 25 april tot 10 mei 2008. Shadow Cabinet hergroepeert het werk van een vijftiental internationale kunstenaars, onder wie Paul Chan (HK/US), Maria Pask (UK), Mark Lombardi (US), Bruno Serralongue (FR), Matthew Buckingham (US), maar o.a. ook de Antwerpse kunstenaar Sven 't Jolle en de Brusselaar Jacques André. Ze zijn allen begaan met een artistieke praktijk die de politiek als representatie behandelt.

De titel verwijst naar democratieën die het Engelse parlementaire model hebben overgenomen. Het Shadow Cabinet duidt op een vorm van politieke oppositie waarbij de leden van de belangrijkste oppositiepartij zich in een virtuele regering organiseren. Het Shadow Cabinet waarvan hier sprake is, is echter van een andere aard. Het brengt werken van kunstenaars samen die – in de schaduw van de officiële (partij)politieke oppositie – alternatieve representaties en procedures fabriceren. Tegenover het 'cabinet fantôme' (de Franse vertaling van Shadow Cabinet) stellen we hier een kabinet 'des' fantômes: van de spoken. Het gaat om een ruimte wiens functie erin bestaat de politiek te bevragen. 'Politiek', hier begrepen als een illusie van vertegenwoordiging: meer bepaald de tendens die 'de politiek' vertoont om met alle middelen het bestaan zelf van representaties en geprefabriceerde verschijningen te maskeren.

Wat de hier bijeengebrachte kunstenaars in de praktijk allen deconstrueren, dat is precies die politieke (en mediale) pretentie om 'het gemeen' ('the common') met wetten, codes, ordewoorden en gestandaardiseerde en geünificeerde beelden te kunnen benoemen en etiketteren. Hier tegenover wijzen de betrokken kunstenaars er door middel van hun meervoudige identiteiten (de kunstenaar in de rol van burger, werkloze, vakbondsman, activist, archivaris, advocaat, cartograaf...) op hoe de de singuliere vorm en de singuliere geste zélf de dissensus herinstalleren die – eerder dan de consensus – het fundament van elke politiek vormt. Het kunstwerk is misschien pas dàn politiek wanneer het (in potentie) het sociale kan ontbinden. Op die manier zou kunst een daad zijn van – wat het sociale betreft' -- nietsdoen; niet-doen: tenietdoen. Vanuit deze optiek ontbindt kunst het samen-zijn, verjaagt ze de spoken van 'horen-tot' – die in elke gemeenschap dwalen.

Aldus zijn er enerzijds Jacques André, Matthew Buckhingham of Maria Pask, die gebruik maken van ikonen van het activisme van de seventies (Jerry Rubin, Starhawk...). David Evrard heronderzoekt een altermondiale manifestatie met een beeldtechnologie die de massacultuur viert. Laurence Rassel et Terre Thaemlitz zien creatie in een sociaal veld door rechten te produceren die niet slechts die van de auteurs zijn. Kosten Koper en Catherine Vertige schetsen het parcours van enkele richtinggevende kunstenaars collectieven in België, ontstaan sinds het einde van de jaren zestig. Op een soortgelijke wijze herbekijkt Alun Rowlands, door middel van fictie, de schaal van bepaalde utopische modellen. In de opeenvolgende lezingen, uitgevoerd volgens een bepaald scenario, en door middel van verslagen van reeds bestaande ideologieën en door de mise en scène, ondervraagt Nicoline Van Harskamp expliciet de vorming van de publieke opinie. In de marge van de gelegitimeerde artistieke praktijken, komen eveneens bijna administratieve praktijken tot stand: de diagrammen van Mark Lombardi, de werkloosheidsstempels van Jacques André, de robot portretten van Paul Chan, de verslagen van vakbondsvergaderingen van Sven ' t Jolle, de fotografische documenten van Bruno Serralongue of zelfs Cop Talk van Chris Evans: interventies van de recruteringsdienst van de politie in kunstacademies.

Shadow Cabinet is een plaats die wekelijks 'geactiveerd' wordt. Iedereen is uitgenodigd om aan de publieke bijeenkomsten deel te nemen – en te interveniëren. Onze belangrijkste, meest 'geijkte' band met de gemeenschap, met het gemeenschappelijke – namelijk die van staatsburger – zal in vraag worden gesteld door kunstenaars met een specifieke gevoeligheid voor het fenomeen van mensen zonder papieren. Het gaat om mensen die zichzelf zo onzichtbaar mogelijk maken, hierdoor gedreven door de wetgeving in voege. Tegelijk weigeren ze als spoken te worden behandeld: willen ze door iedereen gehoord worden, op gelijke voet met de 'medeburgers'. Via een in scène gezette lezing, een film en een performance, zullen we ons respectievelijk buigen over het 'nemen van woord' als politieke mise-en-scène (Nicoline van Harskamp – 24 april), hongerstaking als media-instrument (Tristan Wibault – 3 mei); of nog: over de mogelijkheid om via het auteursrecht de zwaktes in het (vreemdeling-vijandige) vreemdelingenrecht bloot te leggen (Patrick Bernier & Olive Martin – 10 mei). Marko Stamenković (RS), curator uit Belgrado, zal een bijdrage leveren aan deze drie publieke discussies.


Vincent Meessen is kunstenaar en studeerde journalistiek en culturele politiek. Het meeste van zijn werk is collaboratief werk. Meessen realiseert gewoonlijk een delegatie protocol waardoor het werk steeds het resultaat van een ontmoeting is. Vincent was reeds eerder curator voor UTIL (Brussel), e-flux (NYC), BAK (Utrecht), Argos center for art & Cinema Museum (Brussel). Zijn werk is getoond geweest in verschillende internationale kunstcentrums en festivals.